Ontstaan

1. De aanzet.

In het verslagboek uit 1924 van de bestuursvergaderingen van de Christelijke Werkliedenbond lezen wij dat het initiatief tot het stichten van een “Maatschappij voor Goedkope Woningen” door deze vereniging genomen werd.

Er werd eerst contact opgenomen met de toenmalige burgemeester, Dhr. Paul Peers, die dit initiatief zeer genegen was. Daarna werden “al de begoede lieden ter stede” uitgenodigd op een eerste bijeenkomst op zondag 30 maart 1924. (dit omdat één der voorwaarden was dat de maatschappij pluralistisch diende te zijn).

Bij de stichting in 1926 als plaatselijke maatschappij bestond de eerste beheerraad uit 10 personen. Dhr. Paul Peers, notaris – burgemeester, werd de eerste voorzitter. Daarnaast was er een afgevaardigde van de Staat, 3 leden van de Christelijke Werkliedenbond, 1 lid van de Socialistische Bond en 4 vertegenwoordigers van de vrije beroepen (1 landbouwer, 2 handelaars en 1 geneesheer). De eerste secretaris-zaakvoerder was de heer Albert Vlieghe (schrijver van het hoofdbestuur van de Christelijke Werkliedenbond).

De stichtingsakte werd verleden op 26 december 1927 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 1928.

2. 1928 – 1940.

Op 17 juli 1928 werd begonnen met de opbouw van de eerste 17 woningen. Als plaatselijke maatschappij bouwde Mijn Huis tot 1940 in totaal 87 eengezinswoningen en 5 huisjes voor ouden van dagen.

3. 1949 – 1960.

Na de oorlog werd de plaatselijke maatschappij omgevormd tot een gewestelijke maatschappij. Volgende gemeenten sloten zich aan:
1949 : Deerlijk, Desselgem, Beveren-Leie, Ooigem.
1953 : Vichte, Ingooigem, Tiegem, Heestert, Hulste, Bavikhove, Oostrozebeke.
1956 : Wakken, Waarmaarde, Lendelede.

In 1960 werd de bouwmaatschappij ‘Anzegem Zorgt’ overgenomen, zodat de gemeente Anzegem ook aangesloten werd bij Mijn Huis.

In deze periode werden 1.088 woningen gebouwd. Uitschieter daarbij was de Arendswijk te Harelbeke, waar niet minder dan 424 woningen werden gebouwd van 1953 tot 1959.

4. 1960 – 1982.

Deze periode werd gekenmerkt door 2 bijzondere feiten: Enerzijds de overgang van ‘goedkope woningen’ (met de nadruk op lage kostprijs), naar comfortabele betaalbare woningen in een aangename omgeving. Anderzijds het stelsel van belofte tot aankoop. Dit stelsel gaf een nieuwe impuls aan het bouwen van koopwoningen.

Vanaf de jaren zeventig zien wij nieuwe kleinere wijken ontstaan, meestal met het systeem van doodlopende straten, verbonden door wandelpaden. Daardoor wordt doorgaand verkeer gemeden en is het rustiger wonen. Bij de aanleg van de omgeving wordt groen zeer belangrijk. Daarenboven wordt gezorgd voor een mix van huurwoningen en koopwoningen.

In deze periode worden ook voor het eerst huurappartementen gebouwd. Dit omwille van de aangroeiende vraag naar betaalbare appartementen in het centrum van de gemeenten.

Daarenboven werd het vanaf 1973 mogelijk voor de lokale huisvestingsmaatschappijen om bouwgrond te verkopen. In 1976 ging dan ook de eerste verkoop door van 34 sociale kavels te Deerlijk.

In de periode 1960 – 1982 werden door onze maatschappij 2.746 woongelegenheden gebouwd en daarnaast nog eens 62 sociale kavels verkocht. Er werden 239 huurappartementen gebouwd, 671 huurwoningen, 1.450 BA2-woningen (belofte tot aankoop) en 386 verkochte huurwoningen.

5. 1983 tot heden

Door de ernstige stijging van de intrestvoeten en werkloosheid stortte de markt van de koopwoningen ineen. Daarnaast lastte de overheid gedurende 8 jaar een ‘kredietstop’ in. Daardoor werd de bouwactiviteit in de sociale huisvestingsector drastisch teruggeschroefd. In deze periode bouwde Mijn Huis amper 70 woongelegenheden.

Vanaf 1992 werden terug nieuwe projecten opgestart en bouwde Mijn Huis in totaal 420 woningen of appartementen. Vanaf 2006 werd het kooprecht van de “zittende huurder” terug ingevoerd en zo verkocht Mijn Huis terug een 15-tal woningen.